Veel gebruikte termen

- BOB:   Beschermde Oorsprongsbenaming. Dit is een Europese bescherming die voorschrijft in welke streek een BOB product gemaakt moet worden. In Nederland is voor Boeren Leidse kaas met Sleutels een BOB-bescherming afgegeven. Die kaas mag alleen in de streek rondom Leiden gemaakt worden.
- Boerenkaas:   Ambachtelijke, op de boerderij geproduceerde kaas op basis van rauwe melk.
- Calcium:   Bouwstof voor het lichaam voor de opbouw en instandhouding van de stevigheid van botten.
- Caseïnemerk:   Merk dat op de kaas wordt aangebracht en allerlei informatie over de kaas bevat.
- Droge stof:   De vaste bestanddelen van de kaas: o.a. vet, eiwitten, mineralen en vitamines.
- Eiwitten:   Zeer belangrijke bouwstoffen voor het menselijk lichaam, in kaas aanwezig.
- Goudse kaas:   Nederlandse volvette kaassoort, bereid volgens Gouds recept. Vetgehalte in de droge stof van ten minste 48%.
- GTS:   Gegarandeerde Traditionele Specialiteit. Dit is een Europese vorm van bescherming van producten die al vele jaren lang op dezelfde, ambachtelijke wijze in Europa gemaakt worden.
- KB-kaas:   Boerenkaas die voldoet aan de hoogste kwaliteitseisen en gagarandeerd gemaakt is van melk van Nederlandse koeien en gemaakt is op Nederlandse boerderijen door Nederlandse boeren. Staat onder controle van de Stichting Kwaliteitszorg Boerenkaas.
- Kaaskoppen:   Hollanders worden kaaskoppen genoemd. Het verhaal gaat dat dit stamt uit de tachtigjarige oorlog waar mensen bij gebrek aan een helm tegen de Spanjaarden gingen vechten met een houten kaasvorm als bescherming op hun hoofd. Of dit ook echt waar is....?
- Kaaskorst:   Door het indrogen verhardt de buitenkant en ontstaat een gesloten korst. Om indroging en schimmelvorming te voorkomen wordt de korst voorzien van een dun laagje plastic.
- Pasteuriseren:   Het gedurende korte tijd verhitten van de melk tot 72 °C waardoor bacteriën worden gedood.
- Pekelbad:   Een grote bak met zout water waar de kaas die net uit de kaasvormen is gekomen een tijd in wordt ondergedompeld. De pekel (het zout) zorgt ervoor dat kaas smaak krijgt, stevig en houdbaar wordt.
- Rauwe melk:   Melk die niet is voorbehandeld.
- Rijping:   Zodanige opslag en behandeling van de kaas in het pakhuis dat een optimale geur- en smaakontwikkeling plaatsvindt. Hoe langer de kaas ligt de rijpen, hoe harder de kaas wordt en hoe meer smaak hij krijgt.
- Slow Food:   Beweging die zich wereldwijd inzet voor lekker, puur en eerlijk eten volgens de gastronomische traditie.
- Smedigheid:     Niet te harde, maar ook niet te zachte stevigheid van het zuivel.
- Stremsel:   Stof afkomstig uit de lebmaag van kalveren die aan de kaasmelk wordt toegevoegd om deze langzaam dikker te maken.
- Wei:   Vloeistof die vrijkomt door de wrongel te snijden en te roeren. Deze wei wordt vaak gebruikt om de dieren op de boerderij (meestal varkens) mee te voeren.
- Wrongel:   Dikke massa die ontstaat na het stremmen van de melk en in kleine stukjes gesneden wordt. Deze stukjes noemt men wrongel.
- Zuursel:   Cultuur van melkzuurbacteriën die de melksuiker omzet in melkzuur en zo de kaas laat rijpen.

BOERENKAAS, EEN BIJZONDERE KAAS
<LEES VERDER>
FOTOREPORTAGE BOERENKAAS
<LEES VERDER>